De ontwikkeling van de branderijen in Schiedam
De eerst bekende Schiedamse brander was Jacob Jansz. Waerde, geregistreerd in 1594. In 1690 werd het gilde voor de Brandewijnbranders opgericht. In de 17e eeuw kwamen er steeds meer branders en branderijen omdat de visvangst slechte resultaten gaf.. In de 18e en 19e eeuw was er grote bloei hetgeen zich uitte in 1748 toen er negen branders lid waren van de Vroedschap. Een direct gevolg van de goede resultaten in de branderijen was de bouw (na een lange voorbereidingsgeschiedenis) van de Beurs, die in 1792 gereed was. In 1795 waren er 188 branderijen in Schiedam. In 1881 waren het er 392! Daarna begon het verval, voornamelijk als gevolg van de opkomst van alcohol uit suikerbietenmelasse maar ook doordat de branders slecht reageerden op de opkomst van het gemechaniseerde grootbedrijf. In 1920 waren er nog maar 14 branderijen. In de zeventiger jaren ontstond er een prijzenoorlog waardoor de winstmarges nog kleiner werden.
Momenteel zijn er nog 4 distillateurs, Dirkzwager, De Kuyper, Nolet, de UTO. Samen hebben zij nog een aanzienlijk marktaandeel van het in Nederland geproduceerde gedistilleerd. (bronnen: G. van der Feijst, Geschiedenis van Schiedam, 1973 en Nathalie Lans, Schiedam bouwt op jeneververleden, z.j.)
Zie ook: de
flessenindustrie