![]() | |
> Startpagina > De Geschiedenis van Schiedam > Handel en Nijverheid |
uit: de Schiedamse Courant 27 september 1882.
"Door de welwillendheid van de firma Houtman & Co. waren wij in de gelegenheid den Bell Telephoon toestel te bezichtigen, dat op hunne kantoren in de Frankelandsche Laan en aan de Hoofdstraat dezer dagen werd aangebracht. Men staat waarlijk verbaasd over de eenvoudigheid van een toestel dat twee kantoren op betrekkelijk verren afstand met elkander kan spreken alsof men zich in hetzelfde gebouw bevond in twee aangrenzende vertrekken. Wij spraken op het eene kantoor met iemand op het andere en ter nauwernood hadden wij een vraag gedaan of het antwoord volgde. De muziek van een speeldoos werd van het eene kantoor duidelijk naar het andere overgebracht. Het grote gemak en voordeel dat door de telefoon wordt verkregen zal hare invoering zeker spoedig meer algemeen doen worden".
uit: Scyedam, okt.1976, Dhr. C. Pluym:
De op deze wijze tot stand gekomen verbinding is er waarschijnlijk de oorzaak van geweest dat de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij, gevestigd te Amsterdam, de wens te kennen gaf dat zij ook te Schiedam een Centraal-Bureau met telefoonverbindingen wenste aan te leggen en te exploiteren.
Op 29 september 1882 richtte de maatschappij een verzoek aan Konin Willem III om een machtiging tot aanleg en exploitatie te willen verlenen. De Commissaris van de Koning in de provincie Zuid-Holiand werd belast met de uitvoering van het ingediende verzoek en zond dit op 7 oktober 1882 door aan de burgemeester en wethouders van Schiedam om, "nopens den inhoud, te willen dienen van berigt en raad".
Op 25 oktober 1882 werd het antwoord aan de Commissaris gezonden. Van gemeentewege waren geen bedenkingen gerezen, alleen afgescheiden van de algemene voorwaarden die de wet stelde, wilde het gemeentebestuur enkele bijzondere voorwaarden stellen.
Zij namen de vrijheid om de commissaris te adviseren "der adressante verzoek bij Z.M. den Koning voor eene gunstige beschikking aan te bevelen".
Naar aanleiding van dit gunstige advies kwam op 16 november 1882 de beschikking af van de Minister van Waterstaat, Handel en Nijverheid onder wiens Ministerie de afdeling telegrafie ressorteerde. De telefonie was weer een onderdeel van de afdeling telegrafie.
De Heer Hubrecht, directeur van de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij, kwam persoonlijk naar Schiedam en werd door het college van Burgemeester en Wethouders ontvangen. In die bijeenkomst werd hem verzocht om voorwaarden op te stellen waarop de Maatschappij genegen zou zijn om een concessie aan te gaan met de gemeente Schiedam voor aanleg en exploitatie van een telefoonnet.
Waren in 1883 de voorwaarden door de maatschappij opgesteld en toegezonden aan liet gemeentebestuur, pas in april kwam het bericht af dat, "bij gezetten overweging dezer zaak tot nog toe het gemeentebelang bij telephoongeleidingen niet zoo betrokken achten, om ter zake aan de gemeenteraad een voorstel te doen."
Dit was een tegenvaller voor de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij temeer omdat enkele particulieren in de gemeente Schiedam een aansluiting wensten.
Omdat er te Schiedam nog steeds geen telefoonnet was, verzochten enkele ingezetenen om, al was het dan maar voor tijdelijk, een directe aanslulting op het Rotterdamse telefoonnet.
Onder hen was de Stearine Kaarsenfabriek "Apollo" die zich officieel tot de Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij richtte met het verzoek om een directe lijn op het net te Rotterdam.
De gemeentelijke instanties hadden wederom geen bedenkingen tegen het verzoek van de maatschappij, gedaan aan de Commissaris van de Koning, doch, aangezien er palen in gemeentegrond geplaatst moesten worden in de westelijke dijken van de polder Nieuw Mathenesse en Keile, moest vooraf toestemming verkregen zijn van het gemeentebestuur.
De Nederlandsche Bell Telephoon Maatschappij had nu de zaak in handen gegeven aan het Centraal-Bureau hunner maatschappij te Rotterdam. Een situatie-schets met daarop aangegeven de te volgen route der liinen werd aan het gemeentebestuur toegezonden. De gemeente-architect werd aangezocht om op maandag 21 januari 1884 om half 11 op de Schinkeldijk te willen zijn voor het geven van aanwijzingen waar de telefoonpalen geplaatst konden worden. Na deze bijeenkomst werd het plan goedgekeurd en in uitvoering genomen.
Met het tot stand komen van deze aansluiting van de Schiedamse kaarsenfabriek "Apollo" op het Rotterdamse Centraal-Bureau in 1884 was één van de eerste, zo niet de allereerste interlokale verbinding in Nederland tot stand gekomen.
> Startpagina > De Geschiedenis van Schiedam > Handel en Nijverheid | |