![]() | |
> Startpagina > De Geschiedenis van Schiedam > Documenten > 1792: Nederlandsche stad- en dorpsbeschrijver Van Ollefen |
De stad is door verscheidene Graaven met bijzondere Voorrechten beschonken, wij zullen de voornaamste kortlijk opnoemen.
Graaf Flores en zijn Moei Aleida verleende haar 1270 het recht eener jaarmarkt, en nog in 't zelve jaar vrijheid van zijne tollen te Ammers, Niemansvrien, Moerdrecht, Dubbelmonde, Dordrecht, Geervliet en Striemunde.
In 1339 verkregen zij van Willem van Henegouwen de bier-accijns, de waag, de penningmaat, korenmaat, en sluis. In 1346 van Keizerin Margaretha, dat een Poorter wegens doodslag niet meer verbeuren zoude, dan zijn lijf en de helft van zijn goed; in 1390 van Albrecht in erfpacht, den overtogt met de windase en 't scrode geld: in 't zelve jaar van denzelven het klerk- en bodeambacht, de school, kosterij, het recht om vijftig gaarden in de Maas mogen rechten, en 300 roeden buiten de poorten te mogen bannen: in 1395 werd zij vrij verklaard van 't stapelrecht te Dordrecht: in 1495 verkreeg zij van Maximiliaan hooge en lage jurisdictie in het Frankenland, en vijf jaaren daar na het recht van exue.
De Heerlijkheden der stad zijn de volgende: Oud en Nieuw Mathenesse welke laatste hooge en laage jurisdictie heeft, Nieuwland Kortland en 's Graveland: ook heeft zij van de Staaten van Holland in den Lande van Putten gekocht in 1731, de Heerlijkheden van Hoogvliet, Pernis en Poortugahl voor f 37,000; en in 1739 die van Lokhorsterland of Oud en Nieuw Engeland, Langebakkersoord en Drijfelsbroek voor f 38,000
> Startpagina > De Geschiedenis van Schiedam > Documenten > 1792: Nederlandsche stad- en dorpsbeschrijver Van Ollefen |