ca. 1610 | Pieter Pietersz van der Burch, vroedschap, overlijdt. Hij is de schoonzoon van Thielman Oem Danielsz. en vanaf 1575 werkzaam in diverse openbare fucties geweest zoals vroedschap, schepen, burgemeester en regent Oude Mannenhuis. Zijn echtgenote, Annetgen Ariensdr.van Smalevelt begint zich dan intensief te bemoeien met de Hollandse Missie en neemt de priester Govert Aertsz van Vliet, aangesteld door bisschop Sasbold Vosmeer, in haar huis, het Huis te Poort aan de Dam. Van daaruit worden de Roomsen van Schiedam, Vlaardingen, Kethel, Zouteveen en Maasland bediend. Een vertrek in haar woning was mogelijk als kapel ingericht.
Deze activiteit kan min of meer gezien worden als het beginjaar van de wederopbouw van de Roomse gemeente in Schiedam.
|  |
feb. 1623 | Annetgen van der Burch overlijdt en haar woning, Het Huis te Poort, wordt eigendom van de zoon uit het eerste huwelijk van haar man, Pieter Pietersz van der Burch.
|  |
11-9-1627 | Het Huis te Poort komt na het overlijden van Annetgen van der Burch-van Smalevelt in februari 1623 aan een zoon uit het eerste huwelijk van haar man Pieter Pietersz. van der Burch en diens vrouw Deliana van Sneeck. Als laatstgenoemde in 1626 sterft, verkopen hún kinderen op 11 september 1627 Het Huis Te Poort aan hun oom Dirck Pansser.
|  |
11-11-1654 | Maria van der Burch overlijdt en wordt in de Grote Kerk begraven. Ze is de weduwe van Dirck Panser die in 1641 overleed en was eigenares van het Huis te Poort. Haar schoonzoon Andries Ramp erft het huis. Hij was gehuwd met Cornelia Pansser.
|  |
24-3-1670 | Uit het Besogneboek van de burgemeesters blijkt dat zowel Huis te Poort als een daartegenover gelegen gebouw dienst doen als kerkgebouw voor de katholieke erediensten.
|  |
13-12-1681 | Mr. Dirck Ramp, achterkleinzoon van Annetgen van der Burch, verkoopt het Huis te Poort aan Johan Boudewijnsz van Leeuwen, brouwer te Leiden.
|  |