1514 | Jacob Pietersz Veenlant is Heilige Geestmeester (verantwoordelijk voor de Armenzorg in de stad).
|  |
24-7-1548 | De vroedschap beveelt de gasthuismeesters van het St. Jacobsgasthuis de krankzinnige Heinrick Gillisz. op te nemen "omme hem te onderhouden, die cost te geven ende huysvestinge". De Heilige Geestmeesters moeten bijdragen in de kosten.
|  |
21-3-1598 | De vroedschap behandelt een verzoek van de Heilige Geestmeesters een stedelijk weeshuis te mogen bouwen.
|  |
4-7-1598 | Een commissie bestaande uit twee Heilige Geestmeesters, twee Gasthuismeesters, twee kerkeraadsleden en drie burgemeesters heeft een verordening opgesteld die op deze dag wordt afgekondigd en waarin een begin wordt gemaakt met een goede regeling van armenzorg. Er wordt onderscheid gemaakt tussen ware armoede - zij die echt niet kunnen werken - en valse armoede - de bedelarij. Dat laatste wordt dus verboden. Bovendien worden het inzamelen en geven van aalmoezen gecentraliseerd.
|  |
1604 | Het Heilige Geesthuis gaat op in het dat jaar gestichte Weeshuis.
|  |
1651 | Het aantal bestedelingen - oude en arme mensen die op kosten van de Magistraats- en Diakonie-armenkamers in het Gasthuis zijn opgenomen - bedraagt twaalf vrouwen en acht mannen.
|  |
1722 | De moutwijnindustrie te Schiedam maakt een periode van krachtige bloei door. Het werk dat door de branderijen wordt geboden, trekt velen van buiten Schiedam aan. Vooral Duitsland levert grote aantallen arbeiders voor deze bedrijfstak, die de visserij terugdringt naar een minder belangrijke positie in het economisch leven van de stad. Er komen op het laatst echter, in de hoop hier hun levensonderhoud te kunnen verdienen, zoveel minvermogende mensen naar Schiedam dat de bestaande Armenkamers zwaar worden belast.
|  |
3-12-1722 | Nieuwe ordonnantie op het wijkmeesterschap. Reden is de vestiging van veel minvermogende personen binnen de stad, waardoor de Armenkamers zwaar worden belast. Zonder admissie (toestemming) mag voortaan niemand meer in de stad worden toegelaten. De namen van logé's en huurders moeten aan de wijkmeesters worden opgegeven.
|  |
28-3-1725 | De noodzaak een schoolmeester voor het onderwijs aan arme kinderen aan te stellen komt weer in de vroedschap ter sprake.
|  |
9-4-1725 | Nicolaas van der Schel wordt aangesteld als schoolmeester aan de arme kinderen "op een tractement van vijftig gulden voor 't jaar".
|  |
29-1-1760 | De vroedschap constateert tijdens de vergadering dat door de grote toename van het aantal "Arme Persoonen" in de stad de Magistraats Armenkamer steeds grotere bedragen nodig heeft. Zij zoekt de oplossing van het probleem in de verbetering van het onderwijs waardoor de kinderen beter in staat zullen zijn een vak uit te oefenen. Een te benoemen schoolmeester zou de "konst van Navigatie" moeten verstaan.
|  |
21-11-1768 | In de vroedschap wordt een klacht van de Magistraats- Armenkamer behandeld, waarin sprake is van het dagelijks vermeerderen van "uijtdeelingen aan Rhoomse armen, waarschijnlijk uyt geringe soulaas (ondersteuning), dat aan gemelde Rhoomse armen van wegen haere kerk wierd toegebragt". Naar het voorbeeld van andere steden besluit men daarom "Armbesorgers" als vertegenwoordigers van de (protestantse) kerkelijke gemeente aan te stellen.
|  |
14-8-1775 | Een onderzoek naar de noodzaak van een tweede Armenschool wegens het steeds maar stijgende aantal armen in de stad, resulteert in het voorstel een "wolspinderije" op te richten om de werkeloze bevolking meer werk te verschaffen.
|  |
12-10-1778 | De directeuren van de Spin- en Naaischool verzoeken de vroedschap een ruimere behuizing te bevorderen. De bovenverdieping van de Vleeshal lijkt hun een geschikte plaats.
|  |
15-1-1782 | De Armbezorgers van de Rooms-Katholieke gemeente wijzen in een rekest de vroedschap op het feit dat vele (meestal) Roomse brandersknechts - vaak uit het buitenland gekomen - zo weinig verdienen dat zij hun gezinnen niet kunnen onderhouden. Het beroep van deze bevolkingsgroep op de armenkas is te groot en men verzoekt de stedelijke overheid ondersteuning uit de stadskas.
|  |
17-4-1782 | Het rekest van de Armbezorgers wordt behandeld en de burgemeesters worden gemachtigd om tijdelijk op kosten van de stadskas een hoeveelheid tarwe en turf aan de arme brandersknechts uit te keren. Een van de argumenten vóór de ondersteuning is om vreemdelingen, Rooms of niet-Rooms, aan te lokken "ter verrichtingen van dien arbeijd, waartoe de handen onzer Landsaaten en Stads Ingeseetenen of onwillig of ongeschikt zijn".
|  |
17-4-1782 | De vroedschap besluit naast Hervormde kinderen nu ook Roomse kinderen toe te laten tot de stadsarmenschool, ondanks een regeling uit 1779 die dat niet toestond. In dat verband worden de directeuren gemachtigd een tweede ondermeester aan te stellen.
|  |
16-5-1786 | De vroedschap stemt in met het voorstel de Lutherse armen door de Magistraats Armenkamer te laten verzorgen.
|  |
1827 | Het Proveniershuis kent nog maar drie proveniers d.w.z. ouderen die zich in het huis inkochten, een gevolg van de algehele verarming in en na de Bataafs-Franse tijd. Men begint daarom met de verhuring van de leegstaande huisjes en kamers.
|  |
28-6-1854 | De nieuwe Armenwet van 28 juni 1854 noodzaakt de gemeenteraad zich te bezinnen op de status van het weeshuis, tot dan toe een stedelijke instelling. Men besluit er een kerkelijke instelling van te maken die de naam Hervormd Weeshuis krijgt. De financiering vanuit de stadskas houdt vanaf dat moment op.
|  |
3-1-1888 | De Commissie tot viering van het gouden jubileum van Paus Leo XIII houdt tijdens de plechtigheden in de Grote Zaal van de Officierenvereniging een zgn. Armenbedeling voor de de armen die hiermee in de algemene feestvreugde delen voorzover het beschikbaar gekomen bedrag dat toelaat.
|  |
6-11-1889 | De Oud-Katholieke damesvereniging Tabitha wordt opgericht met als doel andere (kerkelijke) gemeenten in hun armenzorg te helpen door middel van het maken van kledingstukken en het organiseren van bazars. In een later stadium zal ook aan jonge kinderen onderwijs in handwerken en zang gegeven worden.
|  |
30-5-1899 | De gemeenteraad gaat akkoord met het voorstel om het Gemeente Ziekenhuis aan de Laan open te stellen voor betalende patiënten en de keuze voor de arts vrij te laten. Hiermee wordt het ziekenhuis formeel uit de sfeer van de armenzorg gehaald. Omstreeks deze tijd beging het ziekenhuis ook met een verpleegsters- opleiding.
|  |